Home | Mail | Disclaimer

Loonaangifte 2006

‘De administratieve lasten voor bedrijven zullen eind volgend jaar aanzienlijk zijn verminderd.’ Díe zin in de Troonrede was in elk geval voor iedereen begrijpelijk. Desondanks betwijfel ik of het ook werkelijkheid zal worden. Zeker, de overheid roept al jaren dat de administratieve lastendruk voor moet worden verminderd. Geen overbodig streven, want werkgevers fungeren al sinds jaar en dag op tal van terreinen als onbezoldigde verlengstukken. Bijvoorbeeld door trouw maandelijks voor alle werknemers de loonbelasting en sociale premies in te houden en af te dragen. Voor de belastingdienst is dat een uiterst efficiënte werkwijze, maar menig werkgever – zeker de kleinere – dreigt het inmiddels wel boven het hoofd te groeien.
Op 1 januari 2006 wordt het systeem van de loonaangifte volledig overhoop gehaald. Eén van de belangrijkste wijzigingen is dat de belastingdienst ook de premies werknemersverzekeringen gaat innen. Het UWV gaat voortaan alleen nog over de uitkeringen. Op zich is dit absoluut een positieve ontwikkeling. De werkgever hoeft nog maar één aangifte te doen bij één instantie, zodat dubbel werk wordt voorkomen. Daar staat tegenover dat die ene aangifte wel veel complexer wordt. Zo moeten alle werkgevers per maand of per vier weken aangifte gaan doen. Nu doen veel (kleinere) werkgevers nog aangifte per kwartaal. Zelfs voor de ondernemer die zelf als enige op de loonlijst van zijn BV staat, wordt geen uitzondering gemaakt. Behalve vaker moet er ook veel uitgebreider aangifte worden gedaan. Maar liefst 125 gegevens wil de fiscus per werknemer weten. Zeker in branches met veel en wisselend personeel – denk aan de horeca en tuinbouw – is dit een gigantische klus. De gemiddelde werkgever zal de wijzigingen per 1 januari dan ook zeker niet ervaren als een vermindering van administratieve verplichtingen. Pas als het nieuwe systeem enkele jaren draait, zullen de voordelen van de één loketbenadering mogelijk de overhand krijgen. Maar daar gaat dan wel enkele jaren extra rompslomp en kans op correcties aan vooraf.
Alsof dat nog niet genoeg is, krijgt de werkgever vanaf volgend jaar ook de verantwoordelijkheid voor de belastingheffing over de auto van de zaak in de maag gesplitst. Zoals bekend moet een werknemer die van zijn baas een auto ter beschikking krijgt, 22% van de cataloguswaarde (minus eigen bijdrage) bij zijn inkomen tellen. Alleen als hij – bijvoorbeeld met behulp van een sluitende kilometeradministratie – kan aantonen in het kalenderjaar minder dan 500 km privé te hebben gereden, blijft de bijtelling achterwege. Tot en met 2005 valt de bijtelling moet de werknemer deze post zelf aangeven in zijn aangifte inkomstenbelasting. In Den Haag is men ervan overtuigd dat veel werknemers hiermee sjoemelen, waardoor de schatkist jaarlijks zo’n 100 miljoen euro zou mislopen. De oplossing is simpel: vanaf 2006 wordt de werkgever verantwoordelijk voor de correcte belastingheffing over de bijtelling. Leuke discussies zal dat opleveren op de werkvloer! Wat te doen met de werknemers die stellen dat de bijtelling voor hen niet geldt? Toch belasting inhouden levert een ontevreden werknemer op, maar niet inhouden kan later leiden tot naheffingen en boetes. De werkgever moet dus kiezen of hij door de kat (zijn werknemers) of door de hond (de belastingdienst) gebeten wil worden.


actueel | over de beer | onze diensten

vacatures | publicaties | contact