Home | Mail | Disclaimer

Levensloop

We zijn weer eens ondervraagd. Over de levensloop dit maal. De levensloopregeling wordt per 1 januari 2006 geïntroduceerd en dankzij de ruime reclamebudgetten van ’s lands financiële instellingen kan dit gegeven niemand meer zijn ontgaan. En blijkbaar zijn we er met z’n allen ook nog enthousiast van geworden, want 29% van de werknemers zegt te gaan deelnemen aan de levensloopregeling. Aldus de Consumentenmonitor van het Centrum voor Verzekeringsstatistiek. Dat klinkt zeer betrouwbaar en ik betwijfel dan ook niet dat drie op de tien ondervraagde personen hebben gezegd te gaan levenslopen. Maar dat ze het ook echt gaan doen lijkt me sterk.
De levensloopregeling is bedacht in CDA-kringen. Men stelde daar vast dat mensen steeds vaker vastlopen in de combinatie van werk, gezin en overige verplichtingen. Men spreekt daarbij beeldend over het ‘spitsuur van het leven’, waarin gedurende een aantal jaren alles samenkomt. Zou het dan niet aardig zijn als mensen een potje zouden bijeen kunnen sparen om er eens een aantal weken of maanden tussenuit te kunnen? Om van het pasgeboren kind te genieten, om voor een zieke moeder te zorgen, om tijdelijk minder te werken in verband met de kinderen of om een jaar door Azië te zwerven. Klinkt wel sympathiek, toch? De levensloopregeling moet dit fiscaal mogelijk maken door het gespaarde deel van het brutosalaris pas te belasten op het moment dat het verlof wordt opgenomen.
Inmiddels is wel duidelijk dat van dit mooie ideaalplaatje in de praktijk niet zo veel terecht komt. Ten eerste omdat veel werknemers simpel de ruimte niet hebben om een substantieel deel van hun salaris opzij te zetten. De vijftig euro per maand van de spaarloonregeling is al heel wat en wie niet meer wil sparen, moet je vooral niet aan de levensloop beginnen. Ten tweede blijkt ook uit de genoemde Consumentenmonitor dat het merendeel van degenen die zeggen te gaan levenslopen, dat doet om eerder te kunnen stoppen met werken. De levensloop als vervanger van het afgeschafte prepensioen derhalve. Daar is niets mis mee, maar laten we wel concluderen dat dat niets te maken heeft met het verlichten van de druk in het ‘spitsuur van het leven’.
Het derde knelpunt in de levensloopregeling is de afhankelijkheid van de werkgever. De directeur-aandeelhouder van een BV bepaalt zélf hoe hij zijn levensloopverlof opneemt. Voor die categorie is het dan ook een zeer bruikbaar instrument voor fiscale planning. Maar ‘gewone’ werknemers hebben hun werkgever nodig om levensloopverlof op te nemen. De werkgever kan dat niet botweg weigeren, maar kan wel voorwaarden stellen. Maximaal zoveel weken of maanden, niet tegelijk met een (directe) collega, een jaar tevoren aankondigen en ga zo maar door. Redelijke voorwaarden lijkt me, maar het gevolg is wel dat het eigen spaarsaldo pas kan worden opgenomen als de werkgever daaraan meewerkt. Het spaarpotje heeft twee sleutels, waarvan werkgever en werknemer er elk één bezitten. En dat terwijl het spaarsaldo volledig door de werknemer is opgebouwd. En denk eens aan de werkgever die bij een vacature de keuze heeft tussen twee kandidaten: de ene heeft een ton levenslooptegoed gespaard, de andere doet niet mee aan de regeling. Veiligheidshalve toch maar de tweede kiezen dan, want de eerste komt vroeg of laat met de vraag of hij langdurig verlof kan opnemen? Vragen te over dus, vandaar mijn voorspelling dat levensloop niet echt gaat lopen.



actueel | over de beer | onze diensten

vacatures | publicaties | contact